Waar wij zijn?

de kaart

Visvereniging Tolmin


Marmorataforel - Salmo trutta marmoratus

Marmorataforel

Marmorataforel

De marmorataforel was ooit de enige forelsoort die onze wateren bevolkte. Het is een inheemse soort van het Adriatische rivierenstelsel. Gebaseerd op het uiterlijk, alsmede op basis van genetische verschillen, worden er twee soorten marmorataforellen onderscheiden. Forel van de Zadlascica soort heeft duidelijk te onderscheiden marmer @bodies met een rode kleur en is het meest zeldzaam. Forel van de Idrijca soort heeft de rode kleur in de vorm van stippen en klodders, meestal op de flanken, naast het duidelijke marmerpatroon.

Marmorataforel

Marmorataforel

De marmorataforel komt in het gehele visgebied voor.

De kleinere marmorataforel voedt zich voornamelijk met bodemorganismen, terwijl de grotere exemplaren voornamelijk vis eten.

De marmorataforel paait vanaf eind oktober tot het begin van januari.

De marmorataforel groeit snel in lengte en gewicht in onze wateren. De grootste forel mat een lengte van 121 cm en had een gewicht van 25 kg.

 
Vlagzalm - Thymallus thymallus

Naast de marmorataforel is de vlagzalm de enige inheemse psalmodie in onze wateren. De vlagzalm van de Soča is een aparte soort en varieert van de Sava vlagzalm door een meer grijze kleur en heeft geen zwarte stippen aan de voorzijde.

Vlagzalm

Vlagzalm

De vlagzalm leeft in de Soča vanaf de gorges stroomafwaarts tot aan de Koritnica en vanaf Kluze verder in de benedenstroomse delen van de Učja, Bela en Nadiža, de Tolminka vanaf de dam in Tolmin, de Idrijca, Trebuščica vanaf Jelenka naar beneden en in de Bača vanaf Koritnica naar beneden. Solitaire vlagzalm kan nog worden aangetroffen in de Kneža. Hij wordt nauwelijks aangetroffen in de rivier @voeding delen.

Hij voedt zich met bodemorganismen en waterinsecten en incidenteel met kleine vis.

De vlagzalm paait vanaf midden maart tot het begin van mei.

In onze wateren wordt hij tot 60 cm groot en weegt hij tot 2 kg.

 
Bruine forel – Salmo trutta fario

Brown trout

Brown trout

De bruine forel is geen inheemse soort in onze rivieren. Hij werd geintroduceerd in het begin van de 20e eeuw. De succesvolle hybride met de marmorataforel en de nakomelingen daarvan kunnen zich zelfstandig voortplanten. Dit is de reden waarom de bruine forel een grote bedreiging is voor de marmorataforel en dat het derhalve verboden is bruine forel uit te zetten in het Adriatische rivierenstelsel van Slovenië.

Met uitzondering van vijf locaties met alleen marmorataforel, kan de bruine forel overal worden aangetroffen in ons viswater.

De kleinere forel voedt zich voornamelijk met bodemorganismen, terwijl de grotere exemplaren voornamelijk vis eten.

De bruine forel paait vanaf midden van december tot het einde van januari. De bruine forel in de meren schiet haar kuit vanaf eind oktober tot het begin van december.

In onze wateren wordt hij tot 70 cm groot en weegt hij tot 6 kg.

 
Hybrides van de marmorataforel en de bruine forel

Hybride

Hybride

De hybrides variëren sterk in uiterlijk. Ze kunnen erg lijken op de marmorataforel, hebben verschillende kenmerken of zijn soms nauwelijks van de bruine forel te onderscheiden.

Herkennen van de hybrides in vergelijking met de beide soorten forel, specifiek de marmorataforel, is heel moeilijk omdat ze erg veel op elkaar kunnen lijken. Nauwkeurige inspectie van de vis is noodzakelijk om ze uit elkaar te halen. Met name inspectie van de kieuwdeksels, maakt het meestal mogelijk de verschillen te ontdekken.

Hybride

Hybride

Hybrides kunnen overal worden gevonden waar populaties aanwezig zijn van zowel de marmorataforel alsook de bruine forel.

Als alle andere forellensoorten voedt de kleinere forel zich voornamelijk met bodemorganismen, terwijl de grotere exemplaren voornamelijk vis eten

Ze paaien vanaf eind oktober tot het einde van januari.

Hybrides worden tot 1 m groot en 10 kg in gewicht maar bereiken niet de extreme afmetingen van de marmorataforel.

 
Regenboogforel – Oncorhynchus mykiss

 De regenboogforel is uitgezet als kweekforel, speciaal om het vissen interessanter te maken. In het begin van de introductie plantte de forel zich niet voort maar naar mate de vis gewend raakte aan de lokale condities begon de soort zich wel voort te planten. Hij kruist zich niet met de marmorataforel maar is wel een agressieve concurrent voor voedsel en ruimte en is zeer schadelijk op de plaats waar de marmorataforel paait.

Regenboogforel

Regenboogforel

De regenboogforel wordt aangetroffen in de Soča vanaf Vrsnik, in de Koritnica vanaf Kluze, in de benedenstroomse delen van Učja, Nadiža en Bela, in de Tolminka vanaf de dam in Tolmin, in de Idrijca, in de Trebuščica vanaf de Jelenk en in de Bača vanaf Klavže. Solitaire vissen zijn nog aanwezig in de bovenloop van de Tolminka en Bača.

In onze wateren paait de regenboogforel vanaf december tot het einde van maart en soms zelfs tot april.

In our waters it spawns from December to the end of March, sometimes even in April.

Hij wordt tot 80 cm groot en weegt hij tot 8 kg.

 
Kopvoorn – Leuciscus cephalus cabeda

Kopvoorn

Kopvoorn

Het is een volledig lid van de karper familie en typisch voor het Adriatische rivieren systeem. De kopvoorn is gelijk aan de kopvoorn uit de Danube en haar uitlopers en wordt daardoor al lang genoemd met de gelijke naam. Het lichaam is lang en rond en heeft grote schubben. De kopvoorn leeft in scholen.

Hij bewoont de Soča vanaf Kobarid naar beneden, de Nadiža, de monding van de Tolminka, de Idrijca, de mond van de Trebuščica en de Bača. Hij is talrijk in het stuwmeer nabij Most na Soči.

Hij voedt zich met bodemorganismen, waterinsecten en –planten en de grotere exemplaren eten ook vis.

Hij wordt tot 70 cm groot en heeft een gewicht tot 5 kg.

 
Italiaanse barbeel – Barbus plebejus

Zoals de kopvoorn is de barbeel familie van de karperachtigen uit het Adriatische rivierensysteem. Zoals ook de kopvoorn werd hij genoemd naar de Mrena, een familielid van de Danube.

Barbeel

Barbeel

Hij heeft een lang lichaam, enigszins vlak op de flanken, heeft kleine schubben en een puntige kop. Hij leeft in scholen.

Hij komt voor in de Soča vanaf Kamno naar beneden tot aan de Nadiža. Hij komt veelvuldig voor in de Idrijca en in het stuwmeer bij Most na Soči.

Hij voedt zich bodemorganismen en ook met planten.

Hij paait in mei en juni.

Hij bereikt een lengte van 70 cm en een gewicht tot 4 kg.

 
Barbus meridionalis caninus

Barbus meridionalis caninus

Naast de bovengenoemde soorten, die interessant zijn voor de visserij, huisvesten onze rivieren de volgende kleinere vis, die niet geschikt zijn om op te vissen, maar wel erg belangrijk zijn voor het ecosysteem:

Mrenic – Barbus meridionalis caninus (een kleine barbeelsoort)
Blageon – Leuciscus souffia muticellus (soort lijkend op de serpeling)
Alver – Alburnus a. alborella
Elrits – Phoxinus phoxinus phoxinus
Rivierdonderpad – Cottus gobio

Meer zeldzaam, naar toch aanwezig, zijn de volgende soorten:

Zeelt – Tinca tinca
Adriatische voorn – Rutilus rubilio aula
Ruisvoorn – Scardinius erythrophthalmus erythrophthalmus

Rivierkreeft

Rivierkreeft

We willen ook graag aangeven dat rivierkreeften voorkomen in onze sector. In de Soča en haar zijrivieren vinden we de volgende kreeften:
Austropotamobius italicus of Austropotamobius pallipes fulcisianus als ook de Austropotamobius torrentium. De laatstgenoemde soort komt voor in de Idrijca en de Bača als ook in de zijrivieren.


Eerste pagina | Wie zijn wij? | Geschiedenis | Viskweek | Rivieren | Vissoorten
Visgebied | Reglement | Watercondities | Links
Visvereniging - Ribiška družina Tolmin, Trg 1. maja 7, 5220 Tolmin, Slovenië
Tel.: +386 5 381 17 10, Fax: +386 5 381 17 11, Email: info@ribiska-druzina-tolmin.si
Het kantoor is geopend tijdens werkdagen van 8.00 tot 15.00 uur
© RIS 1999-2017